Boek Leven in balans en gewoon gelukkig zijn Ontdek ons boek: Leven in balans en gewoon gelukkig zijn

Waarom doe je wat je doet?

We hadden nog een bon liggen voor drie overnachtingen in een hotel. Geldig tot 1 oktober. Dat kwam mooi uit, want we wilden graag weer verder met ons boek. Op een andere plek, ver van onze dagelijkse beslommeringen, gaat dat toch een stukje beter. Het werd een hotelletje in het oosten van het land met het restaurantgedeelte in een kasteel en de kamers in een oud pakhuis aan de overkant. Smaakvol en gelukkig niet standaard ingericht, maar wel gehorig, zouden we later merken.

Toen we het kasteel binnenliepen om in te checken, was het meisje van de receptie net in gesprek met een echtpaar dat duidelijk niet tevreden was over de kamer.
‘Normaal staat er altijd een zitje met twee stoelen in een hotelkamer’, zei de vrouw, ‘en nu staat er een bank...’ Aan het gezicht van het meisje was te zien dat dit vast niet het eerste punt was dat de vrouw naar voren bracht. De receptioniste zat duidelijk met haar handen in het haar. Ze probeerde uit te leggen dat het juist een luxe kamer was met onder meer een dubbele wastafel en een dubbele douche, maar de vrouw was meer geïnteresseerd in wat er volgens haar allemaal níet was.

Het meisje stelde voor om eerst ons even te helpen met inchecken, maar toen ze zich omdraaide, zag ze dat het echtpaar juist op de twee stoelen was gaan zitten voor de incheckbalie. ‘Oh’, zei ze toen, ‘dat gaat dus niet...’. We stelden haar gerust door te zeggen dat we eerst wel een beetje gingen rondkijken en later zouden terugkomen.

Snurk- en snuitgeluiden

Toevallig bleken we pal naast het bewuste echtpaar te slapen. Onze kamer was charmant maar niet groot, maar daar hadden we bewust voor gekozen. En toen op een ochtend de deur van de kamer naast ons open stond, viel onze mond open van verbazing. Wat een prachtige hotelkamer! Maar smaken verschillen, dat is waar.

Direct de eerste nacht kregen we te maken met de nadelen van zo’n oud pand met houten vloeren...
De eerste helft van de nacht werden we wakker gehouden door de snurk- en snuitgeluiden van de buurman. En toen we daar een beetje gewend waren geraakt en bijna in slaap vielen, werden we opgeschrikt door een harde vrouwenstem. Eerst leek het alsof er ruzie gemaakt werd in het pand, maar even later ontdekten we dat er geantwoord werd van buiten. Niet één of twee zinnen, maar een heel gesprek.
Toen ik uit het raam keek, zag ik vlak voor het pand een politieauto staan met twee agenten. Uit het raam hing de buurvrouw die vertelde dat er een verdachte man had rondgelopen, wat ze steeds bleef herhalen. ´Is het die meneer?,´ vroeg één van de politieagenten. In het donker kon ik niet zien waar hij naar wees, maar de buurvrouw antwoordde bevestigend. ´Oh, die meneer woont hier verderop in de straat,´ zei de agent geruststellend. ‘Hij heeft wisselende diensten en maakt vaak ´s nachts een ommetje.’ ‘Maar hij had een capuchon op’, zei de vrouw ‘en ik zag hem wel een paar keer langs lopen’. En dat bleef ze maar herhalen.

‘Het is goed dat u ons gebeld heeft,’ probeerde de andere agent het netjes af te ronden, ‘maar er is dus niets aan de hand’.
‘Ja, maar ik zag...’ begon de vrouw weer. ‘En als hij dan toch...’
‘Ja, als hij gekke dingen gaat doen, dan moet u onmiddellijk weer bellen,’ zei de tweede agent weer, die duidelijk goed was in communicatie.

Vervolgens werd het rustiger. We hoorden alleen nog de stem van de vrouw, nu ietsje minder luid, het verhaal nogmaals aan de man vertellen.

En moar kiek’n

De ervaring bij het inchecken vond ik nog wel grappig maar intussen begon ik de buurvrouw steeds minder grappig te vinden. Haar vriendelijk vragen of ze rekening zouden kunnen houden met de gehorigheid in het gebouw zou niet werken. Het enige resultaat dat we daarmee waarschijnlijk zouden bereiken, was dat we dan nog een paar keer op hetzelfde verhaal getrakteerd zouden worden.

De volgende ochtend kwamen we ze tegen toen we naar buiten liepen.
Buurvrouw was druk bezig het verhaal nog eens duidelijk aan buurman uit te leggen. ‘Hier liep ie’, zei ze. ‘En moar kiek’n en moar kiek’n...’
En toen kreeg ze ons in het oog: ´Niet gestoord in jullie nachtrust?’ informeerde ze. ‘Nou, wel een beetje,’ antwoordde ik voorzichtig.
‘Ja, d’r was een man hè...’ begon ze meteen opnieuw met haar verhaal. ‘Ja, we hebben het gehoord,’ zei ik terwijl we verder liepen, ‘maar het geeft niet hoor...’
‘Oh ja, hihihi,’ reageerde ze onzeker.

En die onzekerheid die trof me. ‘Oh ja, natuurlijk,’ dacht ik. Deze mevrouw doet ook alleen maar wat ze doet omdat ze zich graag goed wil voelen. Of op zijn minst een beetje beter dan ze doorgaans doet. Van de invloed van haar gedrag op anderen, inclusief wellicht haar eigen man, heeft ze waarschijnlijk geen idee.

Ik zat nota bene middenin een hoofdstuk van ons boek over precies dát onderwerp! Waarom doe je wat je doet? Niemand doet de dingen die hij doet met als doel een ander te kwetsen of lastig te vallen. Je doet wat je doet om je goed of iets beter te gaan voelen en van eventuele bijkomende schade ben je je vaak niet eens bewust.

Ik kon het haar dan ook onmiddellijk vergeven toen ik de nacht erop een paar keer wakker schrok omdat de buurvrouw keihard riep om ‘Egbert’...